Zorgverleners

Q-koorts

Q!

De serologische diagnostiek van Q koorts berust op het aantonen van antistoffen of het aantonen van de bacterie met een PCR. Het is van belang dat u op het algemeen aanvraagformulier naast de aanvraag Q koorts ook de 1e ziektedag vermeld. Dit kunt u doen onder het kopje serologie bij overige onderzoeken. Afhankelijk van de 1e ziektedag beslist het laboratorium of er een PCR (vroeg diagnostiek) gedaan moet worden of dat er antistoffen moeten worden bepaald. Elke uitslag zal door de arts microbioloog worden voorzien van een interpretatie en elke acute Q koorts zal door het laboratorium worden aangemeld bij de GGD.

 

Diagnostiek bij verdenking acute Q koorts (klachten < 3 maanden)

In te zenden materiaal: serum

Test:

 

1e ziektedag < 10 dagen: PCR

1e ziektedag > 10 dagen en < 3 mnd: bepaling antistoffen IgM en IgG fase I en II

 

Commentaar:

Past de uitslag bij een acute Q koorts dan zal een vervolgserum moeten worden aangevraagd op 6 en 12 maanden als de patiënt behoort tot een risicogroep.

 

Diagnostiek bij verdenking recente Q koorts (klachten > 3 maanden)

In te zenden materiaal: serum

Test: bepaling antistoffen IgM en IgG fase I en II

 

Commentaar:

Past de uitslag bij een recente Q koorts dan zal een vervolgserum moeten worden aangevraagd op 6 en 12 maanden als de patiënt behoort tot een risicogroep*.

 

Vervolg diagnostiek na acute of recente Q koorts bij hoog risico* op chronische Q koorts

In te zenden materiaal: serum op 6 en 12 maanden.

Test: bepaling antistoffen IgM en IgG fase I en II en eventueel PCR ( altijd in overleg met arts-microbioloog)

 

Commentaar: bij een chronische Q koorts zullen de titers van de fase I antistoffen gaan uitstijgen boven die van de fase II antistoffen.

 

Diagnostiek bij verdenking chronische Q koorts

In te zenden materiaal : serum

Test: bepaling antistoffen IgM en IgG fase I en II en eventueel PCR ( altijd in overleg met arts microbioloog)

Commentaar: serologisch zullen de titers van de fase I antistoffen hoger liggen dan die van de fase II antistoffen.

 

Risicogroepen:

  • hart en /of vaatpatiënten; pre-existente hartklepgebreken,kunsthartkleppen, mycotisch aneurysma, vaarprothesen
  • immuungecompromitteerden
  • zwangerschap

 

NB! Vervolg diagnostiek na acute of recente Q koorts zonder risicofactoren* voor het ontwikkelen van een chronische Q koorts is niet nodig.

 

Oorzaak en verspreiding

Q-koorts wordt veroorzaakt door de bacterie Coxiella Burnetti. Verspreiding vindt plaats via melk, feces, urine, vruchtwater en placentair weefsel van vooral geiten, schapen en koeien. Maar ook andere dieren, zoals paarden en honden, kunnen de bacterie overbrengen.

 

Samenwerking

Voor de diagnostiek van Q-koorts werkt Saltro samen met het UMCU en het Antoniusziekenhuis. De uitvoering van de PCR op de Coxiella bacterie wordt gedaan door het Antoniusziekenhuis, de antistoffenbepaling door het UMCU. De eindverantwoordelijke bij Saltro is onze arts-microbioloog Liesbeth Verhoef.

 

Vragen over Q-koorts

Bij vragen over Q-koorts kunt u contact opnemen met onze arts-microbioloog, Liesbeth Verhoef. U kunt haar bellen op nummer 030 – 236 11 96 of mobiel op 06 -12 43 88 04. Mailen kan ook: l.verhoef@saltro.nl.

 

> Terug naar Toelichtingen medische microbiologie

> Naar Medische microbiologie