Zorgverleners
Q-koorts
De serologische diagnostiek van Q koorts berust op het aantonen
van antistoffen of het aantonen van de bacterie met een PCR. Het is
van belang dat u op het algemeen aanvraagformulier naast de
aanvraag Q koorts ook de 1e ziektedag vermeld. Dit kunt u doen
onder het kopje serologie bij overige onderzoeken. Afhankelijk van
de 1e ziektedag beslist het laboratorium of er een PCR (vroeg
diagnostiek) gedaan moet worden of dat er antistoffen moeten worden
bepaald. Elke uitslag zal door de arts microbioloog worden voorzien
van een interpretatie en elke acute Q koorts zal door het
laboratorium worden aangemeld bij de GGD.
Diagnostiek bij verdenking acute Q koorts (klachten <
3 maanden)
In te zenden materiaal: serum
Test:
1e ziektedag < 10 dagen: PCR
1e ziektedag > 10 dagen en < 3 mnd: bepaling antistoffen
IgM en IgG fase I en II
Commentaar:
Past de uitslag bij een acute Q koorts dan zal een vervolgserum
moeten worden aangevraagd op 6 en 12 maanden als de patiënt behoort
tot een risicogroep.
Diagnostiek bij verdenking recente Q koorts (klachten
> 3 maanden)
In te zenden materiaal: serum
Test: bepaling antistoffen IgM en IgG fase I en II
Commentaar:
Past de uitslag bij een recente Q koorts dan zal een
vervolgserum moeten worden aangevraagd op 6 en 12 maanden als de
patiënt behoort tot een risicogroep*.
Vervolg diagnostiek na acute of recente Q koorts bij
hoog risico* op chronische Q koorts
In te zenden materiaal: serum op 6 en 12 maanden.
Test: bepaling antistoffen IgM en IgG fase I en II en eventueel
PCR ( altijd in overleg met arts-microbioloog)
Commentaar: bij een chronische Q koorts zullen de titers van de
fase I antistoffen gaan uitstijgen boven die van de fase II
antistoffen.
Diagnostiek bij verdenking chronische Q
koorts
In te zenden materiaal : serum
Test: bepaling antistoffen IgM en IgG fase I en II en eventueel
PCR ( altijd in overleg met arts microbioloog)
Commentaar: serologisch zullen de titers van de fase I
antistoffen hoger liggen dan die van de fase II antistoffen.
Risicogroepen:
- hart en /of vaatpatiënten; pre-existente
hartklepgebreken,kunsthartkleppen, mycotisch aneurysma,
vaarprothesen
- immuungecompromitteerden
- zwangerschap
NB! Vervolg diagnostiek na acute of recente Q koorts zonder
risicofactoren* voor het ontwikkelen van een chronische Q koorts is
niet nodig.
Oorzaak en verspreiding
Q-koorts wordt veroorzaakt door de bacterie Coxiella Burnetti.
Verspreiding vindt plaats via melk, feces, urine, vruchtwater en
placentair weefsel van vooral geiten, schapen en koeien. Maar ook
andere dieren, zoals paarden en honden, kunnen de bacterie
overbrengen.
Samenwerking
Voor de diagnostiek van Q-koorts werkt Saltro samen met het UMCU
en het Antoniusziekenhuis. De uitvoering van de PCR op de Coxiella
bacterie wordt gedaan door het Antoniusziekenhuis, de
antistoffenbepaling door het UMCU. De eindverantwoordelijke bij
Saltro is onze arts-microbioloog Liesbeth Verhoef.
Vragen over Q-koorts
Bij vragen over Q-koorts kunt u contact opnemen met onze
arts-microbioloog, Liesbeth Verhoef. U kunt haar bellen op nummer
030 – 236 11 96 of mobiel op 06 -12 43 88 04. Mailen kan ook:
l.verhoef@saltro.nl.
> Terug naar Toelichtingen medische
microbiologie
> Naar
Medische microbiologie