Zorgverleners

HbA1c

 

HbA1c is de afkorting voor geglyceerd hemoglobine. Het ontstaat doordat glucose zich in het bloed bindt aan hemoglobine in rode bloedcellen (versuikering van hemoglobine AO). Dit proces is onomkeerbaar. Stijgt de concentratie glucose in het bloed, dan wordt er meer HbA1c gevormd.

 

In het bloed bindt een glucose molecuul (niet-enzymatisch) met het N-eindstandige aminozuur van de β-keten van hemoglobine. De glycosylering neemt toe tijdens de levensduur van de erytrocyt en bij hoge glucoseconcentraties. HbA1c wordt als parameter gebruikt bij het volgen van de glucoseregulatie van diabetespatiënten. Omdat rode bloedcellen een levensloop van 2 tot 3 maanden kennen, geeft de hoeveelheid HbA1c een beeld van de gemiddelde bloedglucosespiegel over de afgelopen 2 tot 3 maanden.

 

De afbraak van HbA1c loopt gelijk met het teloorgaan van de erytrocyten (levensduur 80 -120 dagen). Het HbA1c geeft daarom een goede indruk over de gemiddelde glucoseconcentratie in het bloed gedurende de afgelopen 2-3 maanden.

 

Een diabetespatiënt met een verkorte overlevingsduur van de erytrocyten heeft relatief lage HbA1c –waarden met daardoor een te positieve weergave van de werkelijke glucoseregulatie. Belangrijkste oorzaken in de huisartsenpraktijk zijn de hemoglobinopathieën (bijvoorbeeld thalassemie), uremie, farmaca, chronisch bloedverlies of hemolyse. Ook herhaaldelijke malaria-infecties geven verlaagde HbA1c-waarden. In dergelijke gevallen kan fructosamine bepaald worden.

 

Streefwaarde voor de HbA1c bij diabetespatiënten is 7% of lager (NHG-Standaard).

 

Toepassing
Het risico op microvasculaire en macrovasculaire complicaties bij mensen met diabetes neemt toe als de HbA1c toeneemt. Dit is aangetoond door the Diabetes Control and Complications Trial (DCCT) bij diabetes type 1, en de UK Prospective Diabetes Study (UKPDS) bij diabetes type 2. De HbA1c-waarde is dus een maat voor het risico op langetermijncomplicaties van diabetes.

 

De HbA1c-waarde geeft samen met het meten van de bloedglucosewaarde op verschillende tijdstippen een indicatie of de behandeling van diabetes optimaal verloopt. Afhankelijk van de situatie adviseren richtlijnen om de HbA1c-waarde iedere 2 tot 12 maanden te meten.

 

Nieuwe streef- en referentiewaarden

Sinds 6 april 2010 wordt een nieuwe eenheid van rapportage gebruikt. Lees meer over de invoering van de nieuwe diabeteswaarden in het nieuwsbericht.

 

In de nieuwe rapportage veranderen de streef- en referentiewaarden conform het regionaal overleg van de Utrechtse laboratoria. In onderstaande tabel worden deze vermeld voor volwassenen en kinderen met diabetes type 1 of 2.

Referentie- of streefwaarde

Oud

Nieuw

 

HbA1c % 

HbA1c mmol/mol 

Geen diabetes 

4-6

20-42

Diabetes:

 

 

Goede instelling

< 7

<53

Redelijke instelling

7-8

53-64

Slechte Instelling

> 8

> 64

De omrekenformule

De omrekenformules zijn als volgt:

 

  • Nieuwe HbA1c-waarde = (10,93 x oud HbA1c) – 23,5 mmol/mol
  • Oude HbA1c-waarde = (0,0915 x nieuw HbA1c) + 2,15%

 

De omrekentabel is een makkelijk hulpmiddel.

 

Meer informatie over de richtlijnen
Een overzicht van richtlijnen over diabetes en de NDF-zorgstandaard vindt u op de website van de NDF.

 

Andere methoden
In een aantal landen, met name de Verenigde Staten, wordt de HbA1c-waarde ook wel omgerekend naar de gemiddelde bloedglucosewaarden (estimated Average Glucose, eAG). De stuurgroep voor de invoering van de nieuwe diabeteswaarde, heeft besloten de rapportage van de eAG niet in te voeren. Verder onderzoek naar de toepasbaarheid en bruikbaarheid van de eAG wordt afgewacht alvorens daartoe kan worden overgegaan.