Zorgverleners

Calcium en geïoniseerd calcium

 

Bij onderzoek naar vermoeden op hypo- of hypercalciemie wordt calcium aangevraagd. Bij Saltro wordt de totale hoeveelheid calcium gemeten. Het meten van geïoniseerd calcium is op onze apparatuur niet mogelijk. Normaal gesproken bestaat de helft van het gemeten (totale) calcium uit geïoniseerd calcium.

 

Er zijn in het bloed drie vormen van calcium aanwezig: calcium gebonden aan eiwit (40%), calcium als ion (50%) en calcium gebonden aan organische stoffen (10%). Calcium als ion (geïoniseerd calcium) is in het lichaam het meest belangrijk, de concentratie hiervan wordt zoveel mogelijk gelijk gehouden.

 

Omdat een groot deel van het calcium dat in het bloed aanwezig is gebonden is aan eiwit (met name albumine), dient bij de interpretatie van de calciumuitslag rekening gehouden te worden met de hoeveelheid albumine. Bij hoge albumineconcentraties zal er veel calcium aan albumine gebonden zijn. Er wordt dan een verhoogde hoeveelheid totaal calcium gemeten terwijl de hoeveelheid geïoniseerd calcium niet verhoogd hoeft te zijn.

Een bruikbare manier om snel een aangepaste calciumwaarde te berekenen is:

 

  • 0.02 mmol/l optellen bij gemeten calciumconcentratie bij elke gram albumine minder dan 42 g/l albumine.
  • 0.02 mmol/l aftrekken bij gemeten calcium concentratie bij elke gram albumine meer dan 42 g/l albumine (bron: Diagnostisch Kompas 2003).

 

Bovenstaande geldt alleen als de albumineconcentratie binnen het referentiegebeid ligt.

 

In de oncologierichtlijnen wordt het gebruik van de volgende formule geadviseerd om de gemeten totale calciumconcentratie aan te passen:

 

aangepaste calciumconcentratie = concentratie calcium - (0.025 * concentratie albumine) + 1 (bron: oncoline.nl; richtlijn “vermoeidheid bij kanker in de palliatieve fase” en “hypercalciemie”).

 

> Naar Klinische chemie en hematologie

> Naar Toelichtingen klinische chemie